
Ud
De ud is het belangrijkste muziekinstrument van het Midden-Oosten en wordt de 'sultan onder de instrumenten' genoemd. Zijn naam komt van het Arabische woord voor hout, waarschijnlijk omdat er houten strips zijn gebruikt om de ronde klankkast te maken. De hals van de ud is in verhouding tot de kast kort en heeft geen frets. Dit maakt een grote melodische souplesse mogelijk: het stelt de musici in staat microtonen te spelen - de tonen tussen de twaalf halve stappen van de chromatische toonladder - die nodig zijn voor een groot deel van de Arabische en Turkse muziek.
De meest gangbare besnaring is die van vijf unisono gestemde dubbele snaren en een enkele bassnaar. De snaren zijn meestal gemaakt van nylon of darm en worden getokkeld met een plectrum, de 'risha' of 'mizrap'. De Arabische ud verschilt qua bouw, stemming en klank enigszins van die uit Turkije en Armenië. Een kenmerkend onderdeel van de ud die in de Arabische wereld wordt gebruikt is de hals met de naar achteren gebogen stemknoppen.
Het instrument is de voorvader van de Chinese pipa, de Japanse biwa, de Europese luit ('al'ud' werd luit), en uiteindelijk ook van de gitaar.
Blijf op de hoogte van tips & aanbiedingen.
TROPEN magazine: een gezamenlijke uitgave van Tropenmuseum en Tropentheater. Vraag het magazine aan!